Vormgeving:Francien van der Wardt
Redactie:Martin Vastenhout
Foto's:Wim van Est

KERSEN: IN ALLE SOORTEN, SMAKEN EN MATEN

 

Een zomer lang kersen!

Een kers is niet zomaar een kers. De rode parel van de Kromme Rijnstreek willen we natuurlijk zolang mogelijk koesteren. Daarom zijn er in de loop der tijd verschillende rassen gekweekt, ieder met een andere rijpingsperiode. Zo zijn er “vroege” kersen die het begin van de kersentijd inluiden. Doordat de kersentelers diverse rassen in de boomgaard hebben staan, kunnen zij gedurende 8 weken kersen aanbieden.  

 

Kersenrassen: van zoet tot zuur

In de groentewinkel, de supermarkt en op de markt staat er op de borden vaak alleen ‘kersen’. Dat doet de kers te kort. Ieder kersenras smaakt allemaal weer anders, heeft een eigen kleur en een eigen vruchtgrootte. Voor een kennismaking met de grote variatie aan kersenrassen, kunt u het best naar een kersenstalletje in een boomgaard gaan. Daar liggen vaak meerdere rassen uitgestald en de verkopers kunnen er van alles over vertellen. Niet alleen over de rassen, maar ook of het een goed of slecht kersenjaar is en welke invloed dat heeft op de smaak, vorm en kleur. Hoe de kersen smaken mag u natuurlijk zelf beoordelen. 

 

Laagstamkersen: groot en knapperig

Voor de kersenliefhebber telt natuurlijk vooral de smaak en het uiterlijk. De kersen die je tegenwoordig koopt, komen vooral uit laagstamboomgaarden. Je herkent ze makkelijk: grote, knapperige vleeskersen. Luxe kersen, zeggen de kersentelers. 

 

Hoogstamkersen: klein en zacht

Hier en daar vind je nog oude rassen uit de hoogstamboomgaarden. De hoogstamboomgaarden zijn niet meer rendabel. Als ‘agrarisch erfgoed’ houden de kersentelers deze nog in stand, zodat de bezoekers een idee krijgen hoe vroeger de sfeer was in de kersentijd.  Hoogstamkersen zijn meestal veel kleiner en zachter. Op de kersenkalender staat aangegeven in welke volgorde de verschillende oude en nieuwe soorten rijp zijn.